MOOIE PLAATJES, CRAP EN RUBBISH

De laatste maanden van ook dit jaar zijn dan wel muziekmaanden bij uitstek, toch blijf ik met een schuin oog speuren naar materiaal, waarmee ik lekker onderuit gezakt een uurtje of wat al slobberend voor een buis kan verpozen.
Ik moet zeggen: het valt niet mee om iets geweldigs te vinden. dus heb ik for the moment maar de norm iets verlegd [naar beneden] en toen vond ik wel wat.
Eerst liep ik tegen Red2 aan, een speeltuin voor langzamerhand overjarige, nog net niet bedorven grootheden als Malkowitch, Mirren en Willis. Meer zeg ik er niet over dan rubbish.
Toen kwam 2 Guns in beeld met o.a. Denzel Washington, een acteur waar ik wel waardering voor kan opbrengen. Safe house, The book of Eli waren prima films. 2 Guns gaat over 2 met elkaar samenwerkende undercover agents, 1 van de DEA de ander van de Marine. Het bijzondere is dat ze van elkaar niet weten dat ze undercover zijn. Een tijdje levert dat een vlot, leuk verhaal op. Tot het moment komt dat er een eind aan de film moet komen. Met grootste lol ruimt het dynamische duo Mexicanen en double crossing Amerikaanse legerjongens op. Om vervolgens nog even al even hard lachend een  onderlinge rekening met elkaar te vereffenen. En stappen in hun bak op wielen en rijden een grootse toekomst tegemoet. Leuk het eerste half uur, enorm afgezaagd het restant.
De minst slechte film blijft dan over en dat is verrassenderwijs Paranoia. Het verhaal over alter ego’s van Gates en Jobs. Twee IT-giganten, die na jaren te hebben samengewerkt inmiddels elkaars bloed kunnen drinken. De eindelijk ook in de film oud geworden Harrison Ford en Gary Oldman zijn de naar de Heilige graal onder de mobiele telefoons speurende giganten. Daar tussendoor drentelt Liam Hemsworth als The American Dreamboy [Dreamtoy, dat kan ook]. Omdat het plot alweer [ik krijg daar echt een sik van] druipt van de bekende Amerikaanse saus is het verhaal uiteindelijk ook gewoon crap. Maar wat de film toch aantrekkelijk maakt om te bekijken is de waarlijk strakke manier waarop hij is gemaakt. Het oogt allemaal prachtig. En fanatici onder de IT-lovers kunnen hun hart ophalen. Ik heb de film uitgekeken, OK af en toe mijn hoofd geschud over zoveel onbenul en banaliteit, maar de beelden bleven toch op mijn netvlies plakken. Vandaar dat ik er toch iets over schrijf.

Om nu weer snel terug te vluchten naar “the real world”. Ze zien er niet meer uit, die mannen van Cream en The Allman Brothers, maar ze maken echte muziek en  nog bloody goed ook.

EIGHTIES [9]

Het begon allemaal bij een bandje, waarin zanger Keith Reilf en gitarist Paul Samuel-Smith de roergangers waren. Dat bandje, The Yardbirds, zal velen onder jullie weinig zeggen, maar heeft bij de echte muziekkenners allang het stempel “legendarisch” verkregen.
Het bracht o.a. kanjers als Jimmy Page [Led Zeppelin] en Jeff Beck voort en kende in de jaren 1966 -1968 een periode van top-of-the-bill succes.
Ook de man, die mijn 80-ties parel van 1988 maakte, komt van dat bandje.
Hij vervolgde zijn weg via John Mayall en The Bluesbreakers om eind jaren 60 zijn eerste eigen band te vormen. Met “natural percussionist” Ginger Baker en bassist/vocalist Jack Bruce vormde hij Cream.
Met diezelfde Ginger Baker en de bekend veronderstelde Steve Winwood [ex-Spencer Davis en ex-Traffic] werd één van de eerste supergroepen geformeerd: Blind Faith.
Tot hij in beginjaren 70 bemerkte, dat hij zich in groepsverband steeds minder happy begon te voelen en besloot een solo-carriere te starten.
In 1970 maakte hij onder de naam Derek & the Domino’s met de hulp van een aantal bevriende, bij het grote publiek nauwelijks bekende muzikanten als afscheid van de groepsperiode het album Layla & other assorted lovesongs. Dit album, waarop hij terugkeerde naar zijn bluesroots, is inmiddels een klassieker geworden.

Slowhand through the decades

Zijn solo-carriere bestrijkt inmiddels zo’n 40 jaar en leverde een enorme hoeveelheid plaatwerk op. Een paar hoogtepunten? Het Unplugged-album uit 1992, wat een internationale million-seller werd, met daarop het hemelschrijend mooie Tears in heaven. Het album wat hij in 2000 opnam met B.B. King [Riding with the King]; de ode die hij bracht aan de King of the Mississippi Delta Blues Robert Johnson met het album Me & Mr. Johnson. En de schier onafzienbare rij LIVE-albums, die hij in de loop der jaren uitbracht.
Hij speelde en speelt met alle groten uit de blueswereld, zijn vloeiende gitaarspel waarmee hij zonder de minste inspanning de mooiste gitaarsoli produceert leverde hem al heel snel de nickname Slowhand op.
Hij is ook de grote man achter het jaarlijks georganiseerde Crossroads Guitar Festival, waarin hij steeds weer de top van de rock-, blues-rock en bluesmuziek op het podium weet te halen om [vaak met hemzelf als gastgitarist] het altijd in grote getale opkomende publiek het neusje van de zalm te laten horen en proeven. Het Crossroads Guitar Festival, waarvan diverse DVD’s en CD’s [10-CD Boxes] zijn verschenen is, louter en alleen bedoeld om via de opbrengsten een financieel aandeel te leveren in de bestrijding en het doen van onderzoek naar jeugdkanker.
Ik heb het, laat dat duidelijk zijn, over een in heel veel opzichten groot mens. En dan is het haast triviaal om het te hebben over een hitje, wat hij in 1988 ook in Nederland scoorde.
Maar dat is nu eenmaal de bedoeling van deze Eighties-serie, dus houd ik me daar ook aan.
Het handelt om een bluesrock-ballad, waarvan teveel uitvoeringen bestaan om ook maar een poging tot tellen te wagen.
Ik koos voor een recente live-uitvoering, mede omdat die zo prachtig is. En omdat het een verkapt advies bevat, wat door ieder van ons navolging verdient. Zeg het ook eens wat meer tegen jouw partner: [You look] Wonderful tonight.

Mr Slowhand: ERIC CLAPTON.