ODE AAN THE BREEZE

Een gevoel van opluchting doorstroomde mij. Eindelijk hoorde ik in het inmiddels al 7 maanden oude jaar 2014 een album, waarvan ik meteen besloot het aan te schaffen. Het eerste, gemaakt in dit jaar, ik durf niet eens na te denken hoe lang het geleden is dat zoiets eerder aan de orde was 🙂 En het kan haast geen toeval zijn, dat het om een album gaat, waarop een combinatie van gelouterde op leeftijd zijnde artiesten met dat schaarse beetje talent wat echt muziek maakt [dus niet afkomstig van zo’n ziekmakende talentenjacht, waar jongens en meisjesstemmen met behulp van reverb en veel echo en wat geknoei aan de pitch allemaal hetzelfde klinken] vol geestdrift en klasse een ode brengt aan een andere oude grote, die ons in 2013 ontviel.
CaleHet album heet  “The Breeze An Appreciation of JJ Cale”. Daarop brengt ‘slowhand” Eric Clapton, soulmate en bloedbroeder van JJ Cale, samen met een fors gezelschap “friends of” [Tom Petty, John Mayer, Mark Knopfler, Derek Trucks, Albert Lee, Don White en zelfs Willie Nelson] een saluut aan de man, die vooral in de jaren 70, met in zijn voetsporen Tony Joe White, de “swamprock” als muziek  en de geur van de Bayou als aangename odeur bij ons introduceerde. Het begon allemaal met de albums Okie[1972] en Naturally [1973]. Toen  Nederland grotendeels nog in de ban was van The Bee Gees en Corrie en de Rekels. Okie en Naturally werden cultalbums en Cale een cultheld.
Cale werd groot toen Clapton 2 songs van hem opnam en tot klassiekers maakte: After midnight en Cocaine. De eigen uitvoering van de laatste [wie kent het niet?] van Cale bevond zich op het album Troubadour, wat een millionseller werd.
In de tientallen jaren die volgden bleef Cale albums maken zowel als zoveel mogelijk uit de buurt van “stardom”.  In 2006 maakte hij , samen met Clapton, zijn legacy-album “The Road to Escondido”, wat ik van nog steeds ongeëvenaard niveau vind.
Nu in 2014, een jaar na de dood van de man, die even groot was qua muziek als qua bescheidenheid, komt Clapton met een ode aan zijn persoonlijke vriend. En Slowhand en zijn gasten maken er werk van. Clapton produceerde de plaat op een eigentijdse manier.  Waardoor het “swamp”geluid van Cale [toch typerend voor zijn jaren 70 werk] iets wordt verdrongen door een strak geluid, wat zo past bij deze tijd. Maar begrijp me niet verkeerd: ruim 50 minuten lang hoor je wel degelijk heel herkenbaar het werk van Cale. Daar zorgen de perfecte vocalen van Clapton zelf, maar vooral John Mayer en Tom Petty wel voor. 5 sterren voor de mannen.
Men koos er niet voor de al hierboven genoemde major hits van Cale op de plaat op te nemen. Veel ruimte is er voor vroeg werk van Okie en Naturaly  [8 songs] , terwijl ook 4 songs die de albums niet haalden werden meegenomen. Natuurlijk zijn er “Call me the breeze”,”Cajun Moon” en het adembenemende “Magnolia”.
De plaat is hartverwarmend, ontroerend tegelijk. En het “swampt” allemaal meer dan voldoende om de beentjes in beweging te brengen. Voor mij is dit het “relief-album” van 2014. Nog maar eens draaien dus.
Vooruit, hier JJ Cale op zijn meest ingetogen

en hier de “soulmates” swamprockend 21 century style

Advertenties

16 thoughts on “ODE AAN THE BREEZE

  1. Zij onder ons, die kunnen terugdenken aan die vroege jaren 60, toen de Stones met wat gitaartjes, een drumstel en wat versterkers probeerden de blues te spelen en dat op de eerste LP’s lieten horen
    -Confessin the blues – Time is on my side -Under the boardwalk [12×5 1963]
    -The last time -That’s how strong my love is-Play with fire [Out of our heads 1965]
    weten, dat er een bandje bezig was om met gretigheid een muzikale erfenis te gebruiken om iets aan muziek als geheel toe te voegen. En binnen een paar jaar hadden The Stones hun eigen geluid na heel hard werken en diverse mislukkingen gevonden. Door met akkoorden te spelen, met riffs te experimenteren. En dat geluid staat er nog steeds 50 jaar later.
    Hoe anders is het de afgelopen 20 jaar geworden. Nu zit een All American Boy als Timberlake en andere van de lopende band afkomende figuren met zijn goed gekapte knar en fraaie tattoos all over the place [om zichzelf en zijn fanbase te tonen hoe stoer ze wel niet zijn] achter een enorm paneel om sampletjes te pakken van de boeren en winden, die anderen laten. En die via het drukken op wat knoppen en schuiven met wat schuifpanelen om te zetten in een vette beat. De rondlopende schoonmaakster gilt en hijgt wat, een dikke Afro-American friend dreunt zijn debiele gedichtje op.
    En na wat digitaal plakwerk is er een nieuwe single of ep. Die vervolgens als muziek op de markt wordt gebracht.
    En Timberlake mag aan de Amerkaanse Gieltjes komen vertellen, hoe moeizaam maar vooral mooi zo’n scheppingsproces is.
    Op “polderschaal” zie je hetzelfde terug in Nederland. Zonder dat ook maar ergens een akkoord of riff te bespeuren is wordt er iets in elkaar getimmerd. Waarvan “kenners” dan zeggen dat er zo’n lekkere beat achter zit. En als je pech hebt zie je ineens zo’n zielenpoot op de bühne staan, die een rijmpje over zijn vader of zijn vriendin heeft gemaakt en dat, omlijst met een chaos aan geluid, mag voordragen. Niemand begrijpt er ene flikker van, maar ze klappen hun handen stuk.
    Dat is in het kort het lot van de huidige generaties. Ze voegen qua muziek totaal niets toe [wie het tegendeel beweert huichelt] dus kiezen ze noodgedwongen voor de vorming van een eigen “cult”. Maar zelfs dat kopieerden ze uit het verleden van de punkers en new wavers.

      • Ik denk, dat RadaR ook doelt op het feit, dat er de eerste decade van deze eeuw nog enkele “beloften” waren [Coldplay, Snow Patrol, Radiohead e.d.]. En waar zijn die nu? Yorke heeft zich van de muziek business afgekeerd, Coldplay is een middle of the road bandje geworden en Snow Patrol lijkt inmiddels overleden. Wat rest is voor driekwart puin.

  2. De muzikale erfenis die sinds half jaren vijftig in de moderne pop/rockmuziek aan het ontstaan is zet iedere nu beginnende muzikant op voorhand al op een bijna onoverbrugbare afstand.

    Deze zin fascineert mij bijzonder en ik zal proberen duidelijk te maken waarom.
    Haast by default is het een groot geschenk om een muzikale erfenis te krijgen.
    Little Richard, Jerry Lee Lewis, Vince Taylor [echte variant] en Buddy Holly met in zijn spoor een ongelooflijke rij aan mooie jongens en meisjes [Bobby Rydell, Paul Anka, Del Shannon, Bobby Roe, Conny Francis etc.], die de popvariant gestalte gaven, hadden de blues als erfenis en haalden daar de rock&roll, zoals wij die in zijn oervorm kennen van de jaren 50 en deels 60 uit.
    Stones, Yardbirds, Led Zeppelin e.a. gebruikten de blues om rock gestalte geven. En vervolgens uit te bouwen in subgenres als hardrock, metal, bluesrock etc.
    In de periode 60 – 80 werd rock getransformeerd tot dé mainstream muziek zonder dat de blues daar het slachtoffer van werd. En wat een erfenis was en is dat!!! En nog steeds zijn er meer dan genoeg jonge artiesten [ genoemd worden hier Trucks en Mayer maar er zijn er veel meer] die hun erfenis gebruiken om die meer en meer waardevol te maken. Tot mijn schande moet ik erkennen, dat ik ergens onderweg als echte volger ben afgehaakt. Andere prioriteiten 🙂
    Maar het ontstaan en de spectaculaire groei van die erfenis staat mij bij als de dag van gisteren.
    En ik vraag mij bij het lezen van Willem’s zinsnede [ die overigens perfect weergeeft hoe, blijkens ontwikkelingen in de 21e eeuw, de situatie in de praktijk van de muziekwereld is] af hoe het kan zijn, dat bijna 30 jaar lang [60 – medio 80] het bezitten van die erfenis tot een ongelooflijke verrijking op alle gebieden van de muziek heeft geleid, terwijl in de volgende 30 jaar verrijking vrijwel van de aardbodem lijkt verdwenen.
    Waarom in 60 – medio 80 geen last en het zien van die achterstand als een uitdaging voor talent en creativiteit? En vanaf globaal 90 wel een last, een rem op vernieuwing en verrijking?
    Volgens mij is er maar één schuldige aan te wijzen voor dat destructieve proces: de popmuziek. Niet zo zeer de uitvinding er van [ook ik heb in de jaren 60 mijn portie popmuziek [Kinks e.d.] tot mij genomen] maar de vanaf midden jaren 90 opgekomen stromingen; die geen werkelijke roots meer hebben in blues en rock. En in plaats van een verrijking hebben geleid tot 1-dimensionale producten, die door hun gebrek aan diepgang tot grootschalige verarming heeft geleid.
    Ik was er getuige van hoe er stoom uit RadaR’s oren kwam, toen hij wees op het feit, dat de complete nobody’s achter de microfoon zich al geruime tijd de vrijheid veroorloven om alle muziek te stoppen onder popmuziek. Alsof rock en zijn impact nooit zou hebben bestaan.
    Maar dan komen we weer op het aloude punt terecht: waarschijnlijk maakt onze wereld van nu het noodzakelijk, dat popmuziek [dus 1-dimensionale deuntjes] de dominante rol moet hebben. Want blues en/of rock passen niet bij deze wereld, zouden die weleens kunnen “aanvallen” . Terwijl popmuziek is als veevoer, je kunt het met bakken tegelijk te eten geven en het vee probleemloos laten denken, dat ze het erg lekker vinden.
    Is daarmee de core [blues en rock] in gevaar? Ik denk het niet. Maar een bloei als in de jaren 60-80 van de vorige eeuw lijkt twijfelachtig. Dan zouden ouders hun kinderen niet Hazes en de Toppers moeten bijbrengen. Maar die ouders zijn zelf al jaren terug tot de 1-dimensionalen toegetreden.

    • Er worden in grote lijnen zinnige dingen gezegd. Waarschijnlijk acht het gros van het nieuwe spul zich kansloos waar het om het halen van het kwaliteitsniveau uit de gloriejaren gaat. Velen zullen niet eens een poging wagen, omdat het immers ook niet nodig is. Er zijn zwamneuzen genoeg, dus is er 1 die je “serious talent” maakt of beste singer songwriter, er zijn er die zorgen dat je een Edison krijgt, als beetje zender heb je een eigen Award-show etc. Er zijn ouders, die een gitaar voor je kopen en je filmen als polderkopie van een internationaal sterretje.
      Weinig zijn er in staat om echte rock of blues te laten horen. Vrijwel allemaal zingen ze met een fluister- of nasaal stemmetje. En heren + 1 middelmatig polderzangeresje trekken tranen op een bank of stoel.
      Zo maken ze elkaar wijs, dat ze het gemaakt hebben, al is het dan meestal maar voor 1 of hooguit 2 hitjes. De volgende koeien staan al te wachten om gemolken te worden. Poppetje met lang haar of lekker fris knulletje. Keus te over, want als het gemakkelijk rapen is dan is dat wel van de berg middelmaat.
      Ik word me steeds meer bewust, dat het erg belangrijk wordt om meesterwerken uit 60-80 zuinig te bewaren. Want veel aanvulling komt er niet meer. En terugkeren naar de popmuziek doe ik dan alleen, als de Alzheimer me in zijn greep neemt. 😉
      Mijn nieuwsgierigheid naar dit ode-album is wel gewekt. JJ Cale is als Troubadour mijn muzikale leven binnengekomen en gebleven 🙂

      • Toevallig hoorde ik vandaag de nieuwste single van Jan Smit op de radio. Die komt heel dicht in de buurt bij wat jouw mannen presteren, Willem [ vindt Urk, Edam, Volendam en Marken]. 😉

      • Dank voor deze 3 formidabele voorbeelden van hoe het ook kan. Ik zie daar een onderstreping in van wat ik eerder stelde over de moderne [pop] muziek.
        – Het puike voorbeeld gegeven door Skynnyrd
        – Het altijd maar verder door willen en gaan van Plant
        – Het koninklijke talent van Bonamassa, wat inmiddels door onverminderd keihard werken hem de plaats helemaal aan de top van de echte muziek heeft gebracht.
        En mijn god, wat spat het plezier in het maken van naar huidige maatstaven onovertrefbare muziek er van af.

        De schaamte voorbij rest slechts medelijden. Met dat landje wat ooit muzikaal hoog stond aangeschreven. Daarom was het niet echt moeilijk om “old school

        “old new school”

        te vinden. De keus was relatief nog redelijk ruim 🙂
        Maar ik liep vast bij “new school” , daar doen we in dit landje qua muziek al heel lang niet meer aan. Althans niet merkbaar en waarneembaar .

      • @RadaR
        “New school the dutch way” dat is toch
        Racoon, het Blöf wat in steenkool Engels zingt?
        Blöf, met die kale, die zulke opgeblazen teksten uitpoept, dat alleen meisjes van 13 jaar en ongeschoolde huismoeders ze kunnen vatten?
        Verrek, ik kan zo gauw niets meer vinden 🙂 Ali Baba? Torenhoge Frans? Kraak je Pappie? Getverdemme Pardoel? Nah, daar het woord “school” aan koppelen is bijna een muzikale oorlogsmisdaad.

      • 😛 Soepeltjes gezegd, Leon 😛
        @Optimist: dat singeltje van Smit, was dat niet dat plaatje waarop Jan de Palingboer ongeveer 2 minuten “eeeeooooo…….. eeeeeeoooooo” jubelt?
        Op het werk dachten ze dat het om een reclame voor Smit’s nieuwe programma bij de Knevel-familie ging 😉

        @Willem
        ik ben allesbehalve een kenner, maar kwaliteit als van Bonamassa en Heer Plant kan je niet missen. En dat briesje van die “rednecks” [RadaR souffleerde even 🙂 ] mag er ook zijn. Zo’n 40 jaar oud en men klapt er nog steeds voor. En terecht!

  3. Goed te lezen, dat ook leden van de jongere generatie [Mayer, Trucks] deelnemen aan dit saluut aan JJ Cale.
    Okie, Naturally, Troubadour, 5, Shades ….tot zover kon ik het bijhouden.
    Heb wel nog wat jaren geleden The Anthology aangeschaft. 1 van mijn all time JJ Cale favorieten blijft toch deze

  4. Je wordt je het meest bewust van de armoede, als je overdag een uurtje ‘radio’ luistert. Er wordt niet over muziek geluld, het is gewoon een beeldloze versie van “Hart van Nederland”. De zwamneus achter de microfoon krijgt in zo’n uur pakweg 10 eenzame en/of zich vervelende mannen/vrouwen om af te werken. Die vragen een plaatje aan [nee, ik geef geen waardeoordeel] en als de zwamneus als altijd vraagt waarom dat zo goed/bijzonder wordt gevonden hoor je:
    – nooit iets over de muziek of de band/artiest maar altijd
    – IK leerde toen mijn vriend[in] kennen, IK was toen in Spanje op vakantie, IK maakte toen net een zware periode door, IK IK IK IK IK enz.
    Uur na uur, dag na dag, om kotsmisselijk van te worden.
    De muziek mag dan grotendeels dood zijn [ ik begrijp uit jouw verhaal, dat zelfs het nieuwe album van Coldplay het niet gehaald heeft bij je 🙂 ], maar veel zorgwekkender is, dat de mensen, die voor nieuw leven zouden moeten zorgen feitelijk ook al dood zijn. Ze houden zichzelf en worden alleen nog kunstmatig in leven gehouden. Door “muziek” te misbruiken om hun armzalige bestaan nog enige “glans” te proberen te geven.

    Ik beloof plechtig, dat ik naar deze ode aan JJ Cale ga luisteren. Misschien werkt dat “relief” ook wel bij mij 🙂

  5. Waar de door jou genoemde “Jongens en Meisjes” of ze nu solo of in een of ander bandje zitten tegen op moeten boksen is natuurlijk niet niks zo kan en behoort een ieder te weten die pretendeert iets van muziek te weten.

    De muzikale erfenis die sinds half jaren vijftig in de moderne pop/rockmuziek aan het ontstaan is zet iedere nu beginnende muzikant op voorhand al op een bijna onoverbrugbare afstand.

    Dat komt omdat men volgens mij maar niet wil begrijpen vandaag de dag dat in die good old days waaraan de meeste muziek zijn huidige vorm dankt deze ontstond en rustte op 4 belangrijke pijlers te weten, plezier, hard werken, bescheidenheid en vooral liefde voor de muziek en het muziek maken.

    Talent was en is natuurlijk ook belangrijk maar je kunt en kon nog zoveel talent bezitten als je niet aan die 4 pijlers kunt en kan voldoen ga je plat op je bek zoals al zo vaak is bewezen.

    Wat deze fabelachtige plaat boven alles doet uitstijgen zijn dus ook die 4 pijlers en dat nu maakt deze plaat dan ook zo verdomde goed, de noeste arbeid die Cale in het componeren van zijn soms meesterlijke songs songs stak, de prettige bescheidenheid die al die grote jongens laten zien en horen die op deze plaat meespelen, het plezier wat in elke song ergens wel zit verborgen maar bovenal is het de liefde voor het maken en spelen van deze muziek die je in iedere toon kunt horen en waardoor deze plaat is geworden wat die is, een prachtige herinnering aan wat ooit was.

    Deze plaat is een ode aan lang vervlogen tijden, tijden waarin muziek nog de boventoon voerde en niet de commercie, tijden waar het maken van goede muziek veel belangrijker was dan de verkoopcijfers, tijden waarin muzikale kwaliteit en talent meer betekenden dan uiterlijk vertoon, tijden waarin muzikanten nog mochten groeien en niet na de eerste de beste volgens de platenmaatschappij zijnde teleurstelling bij het grof vuil werden gegooid.

    • Je raakt elke spijker die maar te vinden is op zijn kop, Willem. Ik kan het 10x proberen, maar zal de essentie van het verschil tussen de periode, waarin het om de muziek en het maken er van ging, en de eigenlijk al dood en begraven zijnde moderne muziek [luister naar onverschillig welk station en de schrijnende armoe spat er van af] van nu, waar het in 80% van de gevallen om de prefab poppetjes gaat, niet beter benoemen. Het is een joy [maar tegelijk erg pijnlijk, omdat het je confronteert met de barre situatie, die in de moderne muziek aan de orde is ], dat ‘The Breeze” is verschenen, omdat het je weer even vrij kan laten ademhalen en genieten. Omdat er alle elementen in terug te vinden zijn die de huidige muziek zo ontbeert.

Nice and easy to work with

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s